|
|
|
|
|
Toezicht vanuit de lucht Sinds december 1990, is een ploeg, samengesteld uit BMM-medewerkers, specifiek getraind om het mariene milieu op te volgen binnen het zeegebied dat onder de Belgische federale verantwoordelijkheid valt. Dit luchttoezicht van de Noordzee gebeurt in het kader van het Akkoord van Bonn. Elk land organiseert zijn eigen luchttoezichtprogramma in overeenstemming met de richtlijnen van dit Akkoord, en meermaals per jaar vinden gezamenlijke internationale oefeningen plaats. Van december 1990 tot december 2004, werkte de BMM succesvol samen met Defensie en in het bijzonder de School van Licht Vliegwezen te Brasschaat. De School stelde haar vloot verkenningsvliegtuigen van het type Britten Norman Islander ter beschikking van de BMM. Een van deze toestellen, met name de “B02”, werd volledig uitgerust met specifieke sensoren en communicatiemiddelen.
Gedurende 15 jaar werkte de BMM met deze militaire verkenningsvliegtuigen, alsook met de piloten van Defensie, voor het opsporen van illegale lozingen door schepen in onze Noordzee. Inmiddels beschikken de luchtoperatoren van de BMM over een doelgerichte expertise dat toelaat om mariene vervuiling op afstand op te sporen en te evalueren. De volledige bemanning is getraind in maritieme communicatieprocedures en in operationele tactieken om doelen in alle veiligheid te benaderen, te identificeren en te evalueren, ongeacht of het om een schip of een vervuiling gaat. In de loop der jaren werd duidelijk dat een vliegtuig uitgerust voor teledetectie meer kan bieden dan louter haar oorspronkelijke opdracht. De meerwaarde lag in bijkomende taken zoals de grondige wetenschappelijke evaluatie van ernstige verontreiniging door scheepsongevallen gepaard gaand met een doeltreffende begeleiding van de bestrijdingsschepen. Maar ook de controle van de beroepsvisserij en zandwinningsschepen, het waarnemen van zeezoogdieren en zeevogelpopulaties, het lokaliseren van mariene fronten die verschillende types water scheiden, en de waarneming van seizoensgebonden algenbloei behoren inmiddels tot deze aanvullende taken. Het uit omloop nemen van de vliegtuigen door Defensie in december 2004 leidde een nieuwe periode in: het vliegtuig, dat werd uitgerust voor teledetectie, werd overgedragen aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) die het toestel volledig vernieuwde naar de normen van de burgerluchtvaart en het nu exploiteert als een staatsvliegtuig. Het KBIN blijft samenwerken met Defensie via een protocol dat militaire piloten ter beschikking stelt van de BMM. De BMM beschikt zo over het volledige beheer van haar eigen middelen waardoor het programma voor luchtobservatie van de Noordzee met een toegenomen flexibiliteit zich herlanceert.
Belgian North Sea Aerial Survey: wat een naam omvat "North Sea Survey" roept een beeld op van een systematische opname van het mariene landschap vanuit de lucht. Dit is precies wat het nieuwe programma beoogt door haar luchtobservatie te oriënteren naar alles wat de toestand van de zee beschrijft en naar alle activiteiten die op zee gebeuren. Het water volgend, zullen de vluchten zich in eerste instantie orienteren op de onmiddellijke detectie van abnormale situaties, zoals lozingen van vervuilende stoffen of de aanwezigheid van drijvende objecten op drift. Maar alle facetten van de zee in het Belgische zeegebied verdienen de aandacht van de BMM-waarnemers in de lucht die zich onophoudelijk inspannen om deze te documenteren. De laatste jaren ontstonden nieuwe projecten die het mariene landschap op termijn grondig zullen veranderen, waaronder de bouw van windmolenparken, de uitbreiding van de zones voor de exploitatie van de zeebodem, aquacultuur, meet- en communicatieplatformen. Het Belgische zeegebied en in het bijzonder de Exclusieve Economische Zone (EEZ) gaan in de nabije toekomst een nieuwe industriële en commerciële ontwikkeling tegemoet. Simultaan neemt ook de druk van recreatieve activiteiten langs de kust toe en breidt het maritieme verkeer zich verder uit. Deze activiteiten eisen een duurzaam beheer dat rekening houdt met het karakter van het specifieke ecosysteem van de Noordzee en haar natuurlijke functie. Op deze manier wordt de duurzaamheid van de zee zowel vandaag als morgen gewaarborgd. De federale autoriteiten hebben daarom een wetgeving opgesteld die zorg moet dragen voor de bescherming van het mariene milieu en voorts wordt gewerkt aan een plan voor ruimtelijke ordening in het territoriale zeegebied en de EEZ. Deze planning heeft als doel conflicten te voorkomen tussen de verschillende zeeactiviteiten die gebruik maken van de mariene rijkdommen. Regelgeving en toekomstplanning zijn enkel doeltreffend wanneer de overheid ook een oogje in het zeil houdt. In deze context ontpopt het vliegtuig zich tot een snel, flexibel en doeltreffend controlemiddel. Met het nieuwe North Sea Survey programma integreert het vliegtuig zich binnen een samenwerkingskader van de verschillende overheidsdiensten met bevoegdheid op zee. OO-MMM: wat een kenteken omvat Het vliegtuig van het KBIN is een staatsvliegtuig geïmmatriculeerd door het Directoraat Generaal van de Luchtvaart binnen het burgerlijk luchtvaartregister. Alle burgerlijke kentekens beginnen met een dubbele letter O. Voor de overige letters koos het Instituut een kenteken dat herinnert aan het drievoudige ‘M’ motto van de BMM: M voor Monitoring, het toezicht op natuurlijke zeeverschijnselen, het ecosysteem en op de kwaliteit van het mariene milieu; de tweede M voor Modellering, het simuleren van de zeeverschijnselen via mathematische modellen; de derde M voor Management, voor de beheersondersteuning van het mariene milieu. De drievoudige M roept tevens het beeld op van de wet van 1999 ter bescherming van het mariene milieu (Marien Milieu - Milieu Marin) waarnaar regelmatig wordt verwezen met hetzelfde acroniem.
|
Kustvoorspellingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
© MUMM | BMM | UGMM 20022012 webmaster@mumm.ac.be De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen |