|
|
|
|
|
Windmolenparken in zee Om bij te dragen tot de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen zou België tegen 2010 6% van haar elektriciteit moeten halen uit hernieuwbare energiebronnen (Europese richtlijn 2001/77/EG). De installatie van windmolens in zee kan ertoe bijdragen deze doelstelling te bereiken. Om een windmolenpark daadwerkelijk te kunnen realiseren, dient het project over meerdere vergunningen te beschikken, waaronder een machtiging voor de bouw en een vergunning en voor de exploitatie van het park. Projecten Momenteel zijn er vier projecten voor de bouw en de exploitatie van windmolenparken in het Belgische deel van de Noordzee gepland, namelijk: C-Power op de Thorntonbank, Belwind op de Bligh Bank, Northwind op de Lodewijkbank en Nother ten zuidoosten van de Thorntonbank. Het C-Powerpark met 60 windmolens ligt op 27 kilometer uit de kust van Zeebrugge op de Thorntonbank. De diepte varieert van 12 tot 27 meter. Het park zal een oppervlakte van 18 km² beslaan. Het heeft een totaal vermogen van 300 megawatt. Op de werf in haven van Oostende is men in 2007 gestart met de bouw van de gravitaire funderingen van de windturbines. In 2008 werden de eerste zes molens in zee geplaatst. De werkzaamheden kunnen gevolgd worden op de website van C-Power. Het Belwindpark ligt op 42 kilometer uit de kust van Zeebrugge op de Bligh Bank en is 's werelds verst uit de kust gelegen park. De diepte varieert van 20 tot 35 meter. Het park zal een oppervlakte van 35 km² beslaan. Het heeft een totaal vermogen van 330 megawatt en zal 330.000 huishoudens van stroom voorzien. Je kunt de werkzaamheden volgen op de website van Belwind. De n.v. Northwind heeft een aanvraag ingediend om een vergunning en machtiging te bekomen voor de bouw en de exploitatie van een windmolenpark van 144 tot 216 MW. Het project is gelokaliseerd ter hoogte van de Lodewijkbank op een afstand van 38 km van de kust. De BMM heeft het milieueffectenrapport en aanvullende documenten grondig bestudeerd en op 15 april 2009 haar advies en milieueffectenbeoordeling aan de Staatssecretaris bevoegd voor de Noordzee overgemaakt. Northwind kreeg haar milieuvergunning op 19/11/09. Zij beginnen met de bouw in 2011. De werkzaamheden kunnen gevolgd worden op de website van Northwind. De nv Norther ontving op 18 januari 2012 de milieuvergunning voor de bouw en exploitatie van hun offshore windpark ten zuidoosten van de Thorntonbank. Het Northerpark heeft een totaal vermogen van 258 tot 420 megawatt en zal 230.000 tot 430.000 huishoudens van stroom voorzien. Het ligt op 21 kilometer uit de kust van Zeebrugge. De diepte varieert van 14 tot 30 meter. Het park zal een oppervlakte van 44 kmē beslaan. In 2014 zou met de bouw van het park gestart worden en de eerste stroom zou dan tegen 2015 kunnen geleverd worden. In deze tabel en kaart wordt een beknopt overzicht gegeven van een aantal technische details, de voorgestelde locaties, de stand van zaken van de projecten en bijhorende beschikbare documenten. Kaarten van huidige projectvoorstellen zijn beschikbaar in de Atlas. Wetgeving Vooraleer vergund of geweigerd te worden, dient elk project een milieuvergunningsprocedure te doorlopen, conform de wet ter bescherming van het mariene milieu (20 januari 1999) en twee Koninklijke besluiten. Deze twee Koninklijke besluiten, en derhalve de milieuvergunningsprocedure, werden recentelijk gewijzigd (Belgisch Staatsblad 17 september 2003). Samengevat houdt deze regelgeving een milieu-effectenbeoordeling (MEB) in door de BMM, die gebaseerd is op een milieu-effectenrapport (MER) ingediend door de aanvrager. In het kader van haar beoordeling kan de BMM, indien nodig, bijkomende studies en onderzoeken uitvoeren of laten uitvoeren. Ook het publiek wordt geraadpleegd: gedurende 45 dagen wordt een openbare consultatieronde georganiseerd in België en indien er zich grensoverschrijdende effecten zouden kunnen voordoen, wordt eveneens een consultatieronde met het desbetreffende land georganiseerd. Op basis van deze MEB en van de resultaten van de openbare
consultatie adviseert de BMM de federale Minister bevoegd voor het mariene
milieu. In haar advies spreekt de BMM zich uit over de aanvaardbaarheid
van het project voor het mariene milieu en, in voorkomend geval, over
de voorwaarden waaraan het project moet voldoen om aanvaardbaar te zijn.
De Minister beslist dan over het al dan niet toekennen van de milieuvergunning.
Naast de milieuvergunningsprocedure is er een procedure voor het toekennen van een domeinconcessie (Koninklijk besluit van 20 december 2000, Staatsblad van 30 december 2000, gewijzigd door het Koninklijk besluit van 28 september 2008, Staatsblad van 30 oktober 2008) voor het voorgestelde projectgebied. De aanvragen worden ingediend bij de CREG (Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas), die de Minister van Energie adviseert. Een domeinconcessie kan toegekend worden vóór de milieuvergunning, doch zij wordt pas geldig wanneer ook de milieuvergunning een feit is. Tenslotte is er ook een procedure voor het leggen van de noodzakelijke kabels (Koninklijk Besluit van 12 maart 2002, Staatsblad van 09 mei 2002, PDF, 8pp, 69KB). De aanvragen worden ingediend bij de FOD Economische zaken, die de minister van Energie adviseert. Monitoring De komende jaren zullen een paar honderd windmolens in de hiervoor toegewezen Belgische zone verschijnen. De gevolgen van de installatie van de windmolens op het mariene ecosysteem moeten worden onderzocht. Daarom voert de BMM een monitoringsprogramma uit, zoals voorzien in de milieuvergunning, om de positieve en negatieve effecten van de windmolens op zee in te schatten. De resultaten zijn beschikbaar (2009, 2010, 2011). Grontmij Vlaanderen voerde aan de Belgische kust een sociolandschappelijk onderzoek uit. Het onderzoek van de komende jaren moet gedetailleerde informatie geven, om de impact van de windmolens op het mariene milieu beter te begrijpen en het beleid van de Noordzee te ondersteunen. Het monitoringsprogramma werd uitgevoerd in samenwerking met INBO, ILVO, de Sectie Mariene Biologie van de Universiteit Gent, het Renard Centre of Marine Geology van de Universiteit Gent. |
Kustvoorspellingen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
© MUMM | BMM | UGMM 20022012 webmaster@mumm.ac.be De BMM is een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen |